Examencommissie – Vernieuwde werking vanaf najaar 2012

examencommissie - examens secundair onderwijs - thuisonderwijs

Organisatie van de Examencommissie tot 2012

Om examens af te leggen bij de examencommissie was er tot nu toe een systeem met 2 zittijden per kalenderjaar: eentje in het voorjaar en eentje in het najaar.
De exacte periode verschilde een beetje naargelang de gekozen richting (ASO, BSO, KSO, TSO) en graad (1e/2e/3e graad).
Je moest ruim van tevoren inschrijven voor deze zittijden tijdens een vastgelegde inschrijvingsperiode (die ongeveer een maand duurde) en een tweetal weken voordat de examenperiode zou beginnen, kreeg je dan je examenrooster per post toegestuurd.

In het voorjaar van 2012 zullen de examens nog volgens dit systeem verlopen; de inschrijvingsperiodes zijn inmiddels al verstreken.

Organisatie van de Examencommissie vanaf najaar 2012

Sinds kort staat er op de website van de examencommissie een aankondiging van de veranderingen die momenteel volop voorbereid worden en die ná de eerste examenperiode van 2012 (maart-april-mei) zullen doorgevoerd worden.

Dit bericht staat als aankondiging op de website:

letopLet op! Vernieuwde werking vanaf najaar 2012:

In het najaar van 2012 wordt de werking van de Examencommissie gewijzigd. Vanaf dan richten wij verschillende examensessies per jaar in zodat u op een flexibele manier uw examens kunt plannen. Kandidaten die vroeger al aan examens deelgenomen hebben, kunnen zonder problemen overschakelen naar het nieuwe systeem. Vanaf juni organiseren wij infosessies waarop u terecht kunt voor meer uitleg over deze nieuwe werking. Een update van de stand van zaken kunt u via de website volgen.

Nieuwe rubrieken op dit blog: Tekeningen – Foto’s

Om enkele van onze voornemens voor dit nieuwe jaar al maar direct wat meer in praktijk te brengen hebben we vandaag alvast 2 nieuwe rubrieken aan dit blog toegevoegd: namelijk de rubrieken ‘Tekeningen’ en ‘Foto’s’

Zowel tekenen als foto’s maken, zijn hier al geruime tijd geliefde activiteiten – de resultaten (of toch een aantal) daarvan gaan vanaf nu ook op dit blog gepost worden.

In de loop van de volgende maanden zullen waarschijnlijk nog wel enkele andere rubrieken volgen (zoals bijvoorbeeld ‘examens’ of misschien ook nog andere hobby’s), maar daarover later meer…

Montessori Scholen in België

In België zijn er niet zo heel veel Montessori scholen, ze situeren zich vooral in de regio Brussel en zijn meestal tweetalig Frans en Engels, behalve de Montessori school van Oppem-Meise (deze is Nederlandstalig) en de Klimop school in Gent. (ook in Duffel en Antwerpen zijn er twee scholen waar een aantal van de Montessori methodes toegepast worden)

Nederlandstalige Montessori scholen in België

  • Oppem-Meise 1860 (Processieweg 4) – ‘t Schooltje van OppemschooltjevanOppem.be  Montessori school sinds 1985
    t Schooltje van Oppem is een gemengde Montessori basisschool.
    Er wordt niet gewerkt in een jaarklassensysteem maar met gemengde leeftijdsgroepen: onderbouw (kleuters), middenbouw (1e, 2e, 3e leerjaar) en bovenbouw (4e, 5e, 6e leerjaar)
  • Gent 9000 (Theresianenstraat 34) - KlimopmontessoriKlimop.be Nederlandstalige school voor kinderen van 3 tot 12 jaar.
  • Duffel 2570 (Kwakkelenberg 5) – De Basis KwakkelenbergdebasisDuffel.net/Kwakkelenberg
    Kleuter- en lager onderwijs.
  • Antwerpen 2018 (Breughelstraat 15-19) – Experimentele school VITA et PAXvitaetpaxschool.be  Nederlandstalige school voor kinderen van 2,5 tot 12 jaar.
    In een Benedictijnse geest en sfeer wordt er evangelisatie aan de kinderen bijgebracht – Ora et Labora (Bid en Werk).

Frans- en Engelstalige Montessorischolen in België

  • Tervuren 3080 (Rotselaerlaan 1) – Internationale Montessorischool TervurenInternational-Montessori.org
    Voor kinderen van 3 tot 12 jaar (verdeeld in groepen: 3-6 jaar – 6-9 jaar – 9-12 jaar). Er is ook een middenschool aan verbonden (tot 15 jaar). Alle leraren hebben hier een AMI diploma.Deze school heeft ook nog 3 andere afdelingen:- Tervuren 3080 (Bergestraat 24) – Internationale Montessorischool Savoorke 
    Voor kinderen van 15 maanden tot 6 jaar. Van 7.30u tot 18u.
    - Wezembeek-Oppem 1970 (Molenweg 4) – Internationale Montessorischool Centrum
    Voor kinderen van 2 tot 6 jaar.
    - Sterrenbeek 1933 (Mechelsesteenweg 79) - International Montessori Children’s Centre
    De school bestaat uit een ‘Toddler Community’ voor kinderen van 15 maanden tot 3 jaar en een ‘Kinderhuis’ voor kinderen van 3 tot 6 jaar.
  • Waterloo 1410 (12 Avenue Beau Séjour) – European Montessori SchoolEuropeanmontessorischool.be
    Deze tweetalige Montessori school bestaat al sinds 1981. Voor kinderen van 15 maanden tot 14 jaar.
  • Ohain-Lasne 1380 (4 Route de Renipont) – Montessori Kidsacmontessorikids.com
    Tweetalig onderwijs (Frans-Engels) voor kinderen van 18 maanden tot 12 jaar.
  • Braine-l’Alleu 1420 (117 Rue Pergere) – Montessori House Belgiummontessorihouse.net
    Sinds 1995 – voor kinderen van 2 tot 9 jaar – Frans en Engels.

 

Maria Montessori

Op 6 januari 1907 (vandaag dus precies 105 jaar geleden) opende in Rome – Italië het schooltje: Case dei Bambini – Huis der kinderen. Dit schooltje lag in één van de armste wijken van Rome. In 1908 werd Maria Montessori gevraagd om de leiding van dit schooltje op zich te nemen. Dit is de plek waar ze haar didactische ideeën zou vormgeven.

Maria Montessori

Maria Montessori - afbeeldingMaria Montessori werd geboren op 31 augustus 1870 in Italië (Ancona) en overleed op 6 mei 1952 in Noordwijk. Ze was een Italiaanse arts en pedagoge die vooral bekend werd door het naar haar genoemde montessori onderwijs.

Nadat ze eerst natuurkunde, wiskunde en biologie gestudeerd had, ging ze ook nog geneeskunde studeren en werd ze de eerste vrouwelijke arts in Italië. Na haar studies specialiseerde ze zich in de psychiatrie en werkte ze met geestelijk gehandicapte kinderen. Voor deze (zwakzinnige) kinderen ontwierp ze allerlei zintuiglijk materiaal om uit te proberen – de resultaten waren verbluffend, ook op het gebied van lezen en schrijven.

Dan ging ze filosofie en kinderpsychologie studeren en werd in 1904 hoogleraar antropologie.

Case dei Bambini 

In 1908 werd Maria Montessori gevraagd om de leiding op zich te nemen van een ‘Casa dei Bambini’  in één van de armste wijken van Rome. Hier kon ze haar theorieën en haar pedagogische ideeën gaan uitproberen op gewone kinderen.

Ook nu weer waren de resultaten zo indrukwekkend dat ze met de methodes die ze toepaste in deze ‘Casa dei Bambini’ de aandacht kreeg van heel wat opvoeders, ook uit andere landen. Het was de combinatie van vrijheid, zelfdiscipline, werklust en prestaties van de kinderen die bewondering opwekte. Resultaat daarvan was dat haar methodes al snel navolging kregen en dat er verschillende andere Montessori schooltjes opgericht werden, ook buiten Italië.

Montessori onderwijs

Maria Montessori ging vanaf dan ook cursussen geven en boeken publiceren over haar methode, haar visie en uitgangspunten. Ze gaf ook regelmatig lezingen in het buitenland. Hierdoor geraakte het Montessori-onderwijs verder verspreid.

Van 1929 tot 1937 woonde zij in Spanje. Van 1934 tot 1939 en van 1945-1952 was Nederland haar thuisbasis (tijdens de oorlogsjaren verbleef ze in India).

In deze perioden bleef ze actief betrokken bij de Montessorischolen, ontwierp materialen, werkte aan thema’s als opvoeding en vrede, kosmisch onderwijs, en benadrukte steeds weer haar visie op het kind.

De Montessori Visie

Van bij het begin is in ieder kind een vitale kracht werkzaam die hem/haar leidt tot activiteiten, om zich aan te passen aan zijn omgeving en eveneens leren om te gaan met zijn omgeving. Men kan spreken van een sterke innerlijke wil om op steeds andere gebieden zijn zelfstandigheid te veroveren.

Dit uit zich in de eigen spontane activiteiten van het kind welke aan die innerlijke wil gehoorzamen.

Deze ‘spontane activiteit’ wordt van binnenuit gestuurd door perioden van verhoogde belangstelling voor bepaalde aspecten van de omgeving: ‘de gevoelige perioden’.
Elk kind heeft deze perioden van verhoogde gevoeligheid en zijn activiteiten op het betreffende gebied bevorderen de ontwikkeling en bevredigen zijn ontwikkelingsbehoefte.

Elk kind wil leren, maar afhankelijk van de ontwikkelingsfase waarin het zit, is het terrein waarop het zich richt en de wijze waarop het leert verschillend.

Kinderen niet naar school: 8 maanden cel voor ouders

Artikel uit Het Belang van Genk:

Twee ouders uit Genk zijn veroordeeld tot acht maanden cel omdat ze in oktober 2009 een vonnis van de jeugdrechtbank in Tongeren naast zich neerlegden. Op dat moment waren drie van hun vier kinderen minderjarig en werden zij toevertrouwd aan het Vrij Internaat Midden-Limburg in Genk.

Uit het strafdossier blijkt echter dat de kinderen in 2010 meer niet dan wel op internaat en school aanwezig waren. De politie moest meermaals optreden. De ouders vertelden dat de kinderen kwalen zoals hoofd- en hartpijn hadden, maar konden dat niet bewijzen of een medisch attest voorleggen.

De rechter oordeelde dat de ouders de toekomst van hun kinderen hypothekeerden. “Zonder een goede opleiding kunnen zij zich later niet staande houden in deze maatschappij”, klonk het in het vonnis.

 

Onderwijsinspectie krijgt streng rapport

BRUSSEL – De Vlaamse onderwijsinspectie onderging wat zij anderen altijd aandoet: ze werd geïnspecteerd en beoordeeld. Het oordeel is niet negatief maar wel streng. Er worden pijnlijke ‘verbeterpunten’ aangestipt.

Er zal vanochtend enig leedvermaak zijn in de leraars- en directiekamers van de Vlaamse scholen. De onderwijsinspectie – die ervoor verantwoordelijk is dat alle directeurs en leraars in Vlaanderen minstens eens in de zeven jaar enkele weken met de daver op het lijf rondlopen – heeft dat nu zelf aan haar been gehad. De onderwijsinspectie is doorgelicht. Door het Rekenhof.

Door het Rekenhof? Ja, dat is niet meer de instelling die de cijfers na de komma in de boekhouding van overheidsdiensten controleert; het is een volwaardig auditinstituut geworden dat overheden screent op hun efficiëntie, hun effectiviteit en hun goed bestuur. Het Rekenhof legde de hele werking van de inspectie onder zijn scanners en ploos alle oordelen uit 100 doorlichtingsrapporten gedetailleerd na.

Het oordeel is niet negatief – er klinkt zelfs vrij veel respect door over de ernst van de aanpak – maar het oordeel is wel streng.

Een van de pijnlijkste punten is het verwijt dat de inspectie haar eindoordelen niet altijd goed onderbouwt. Dat is pijnlijk omdat dit precies is wat de inspectie vaak zelf aan scholen verwijt.

Soms volstaat één of enkele negatieve punten om een negatief eindoordeel te krijgen, soms niet, zonder dat echt uitgelegd wordt waarom wel en waarom niet.

Van de negatieve oordelen over basisscholen (zie grafiek) was meer dan 18 procent niet afdoende onderbouwd; bij de secundaire scholen zelfs 34 procent.

Pijnlijk is ook het oordeel dat de doorlichtingsrapporten zo opgesteld en geschreven zijn dat geen enkele ouder of leerling er iets van begrijpt, terwijl die rapporten óók dienen om hen te helpen een schoolkeuze te maken.

Het Rekenhof vraagt zich ook af waarom de inspectie focust op bepaalde punten en niet op andere: ze concentreert zich op de leerdoelenen te weinig op andere punten die ook door de wet zijn opgelegd aan de scholen.

Om het bereiken van die leerdoelen te beoordelen, wordt véél te weinig gewerkt met cijfers over de resultaten van leerlingen. ‘Als we nu iets moeten hebben, is het toch wel dat’, zie je de Rekenhofmensen denken. Maar dat verwijt stuurt het Hof meteen door naar de ambtelijke en politieke onderwijsoverheid die niet zorgt dat zo’n cijfers beschikbaar zijn.

Politieke overheid

De zwaarste kritieken in het rapport zijn gericht aan die overheid. Die legt ‘eindtermen’ vast die de scholen moeten bereiken, laat dan toe dat de onderwijsnetten die vertalen in eigen leerplannen, en zegt vervolgens niet aan de inspectie of die nu waken over de naleving van de eindtermen dan wel van de leerplannen.

Die overheid krijgt ook te horen dat ze bij de voorbereiding van haar beleid nauwelijks een beroep doet op de expertise van de inspectie. Zeer zwaar is ook het verwijt dat de politieke overheid geen rekening houdt met de negatieve adviezen die de inspectie geeft en die normaal moeten leiden tot het stoppen van de subsidiëring van een school. Geen enkel van de 13 negatieve adviezen van de inspectie leidde daartoe.

www.rekenhof.be

18-jarige schrijft meer dt-fouten dan 12-jarige – De Standaard

Achttienjarigen spellen slechter dan twaalfjarigen omdat ze nonchalanter zijn, omdat sociale media hen beïnvloeden en omdat spelling in het middelbaar onderwijs te weinig aandacht krijgt. Dat blijkt uit een onderzoek van de Universiteit Antwerpen (UA) waarover Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg berichten.

De onderzoekers van de UA onderzochten vorig jaar de spellingstest die eerstejaarsstudenten aan de Karel de Grote Hogeschool in Antwerpen moeten afleggen.

De resultaten van hun onderzoek staan in een nieuw rapport van de Nederlandse Taalunie.

Zo behaalden de studenten op de spellingtest een gemiddelde score van 63,6 procent, of beduidend minder dan de score van leerlingen van het laatste jaar basisonderwijs, die op de spellingtest gemiddeld 77 procent behaalden.

De spellingtest in de Karel de Grote Hogeschool is extra pijnlijk omdat hij is afgenomen bij studenten uit de lerarenopleiding. Net zij worden geacht om kinderen over enkele jaren de juiste spelling aan te leren.

‘Het is inderdaad pijnlijk dat de studenten in de test bijvoorbeeld ruim één op de drie werkwoordsvormen foutief schrijven’, zegt Frans Daems, emeritus hoogleraar taalkunde aan de UA.

Hij wijt het aan de houding van oudere leerlingen. Zij zouden nonchalanter omgaan met spelling. Zij sms’en vaak, schrijven op facebook en daar is spelling blijkbaar minder belangrijk.

Volgens professor Daems ligt het ook aan het onderwijssysteem. Het middelbaar onderwijs hecht volgens hem te weinig aandacht aan spelling omdat de leraars ervan uitgaan dat hun leerlingen al kunnen spellen. Daems pleit daarom voor meer spellingpraktijk.

 

Dansclub – mini-show 2009

Behalve de kleinere optredens van de dansclub (op sinterklaasfeest, kerstmarkt, paasbrunch, opendeurdag, …) wordt ook elk dansjaar afgesloten met een show. Tegenwoordig is er om de twee jaar een iets grotere show, rond een thema of
zoals vorige keer in de vorm van een musical (dan wordt er zowel een middag- als avondvoorstelling gegeven en dat meerdere dagen). Het jaar ertussen is er dan een kleinere mini-show, vooral voor ouders en grootouders enzo en met maar één eenvoudige voorstelling.  Dit jaar was de mini-show gepland op zondag 3 mei.
Dit bleek niet zo’n goedgekozen datum voor veel dansers, die ofwel op verlengd 1-mei weekend waren, ofwel naar communiefeest moesten, ofwel met de jeugdbeweging net op weekendkamp trokken. Het podium was dus wat minder gevuld deze keer, maar de zaal zat toch ook deze keer wel helemaal vol.

FreestyleEén van de dansjes van de Freestyle-groep

Afsluiting mini-show2009Afsluiter op het podium met al de dansertjes die meededen, van kleuter t.e.m. jeugd